Thuis in Schiebroek

Op 7 maart reisde het schaakteam van SGO 3 voor haar tweede thuiswedstrijd af naar Schiebroek voor een spannende strijd tegen Voorschoten 5. Voor wat een gelijkwaardige strijd bleek te worden tegen een op papier sterkere tegenstander. Deze spannende strijd resulteerde in het bijna binnenhalen van ons eerste matchpunt; een 3 ½ - 4 ½ verlies.

Serge speelde op bord 1. Hij schrijft over zijn partij; aan deze partij heb ik behoorlijk gemengde gevoelens overgehouden. Laat ik maar bij het begin beginnen: de opening. Daar kan ik kort over zijn: die was niet best. Ik twijfelde over mijn antwoord op 1. e4, maar koos na lang wikken en wegen toch voor de Caro-Kann. Een opening waar ik in het verleden redelijk succes mee heb gehad. De laatste paar keer kwam ik er echter behoorlijk mee in de problemen en daardoor was hij eigenlijk al een beetje uit mijn repertoire verdwenen. Achteraf kan ik alleen maar zeggen: had ik dat maar zo gelaten. Al snel kwam ik zwaar onder druk te staan op de koningsvleugel. Het kostte me veel tijd om mezelf uit die benarde positie te manoeuvreren. Het was voortdurend opletten om niet compleet onderuit te gaan. Op het moment dat ik me eindelijk een beetje uit de ellende had gewurmd, lag mijn focus vooral op de pionnenstructuur. Ik moest minstens één, maar het liefst twee van die vervelende pionnen uit mijn stelling zien te verwijderen. Juist daardoor miste ik – achteraf gezien – de winst. Uh… bedankt nog, Kris, dat je me daar tijdens de analyse even op wees. Dat was het moment waarop zowel mijn nachtrust als mijn goede gevoel over de partij verdween. Toch was ik op dat moment eigenlijk best tevreden met remise, want lange tijd leek het erop dat ik de partij zou gaan verliezen. Toen mijn tegenstander remise aanbood had ik weliswaar de betere aanvalskansen, maar ik had inmiddels veel tijd verbruikt. Daardoor twijfelde ik sterk of ik het aanbod moest aannemen. Gezien het speeltempo van mijn tegenstander durfde ik het risico niet te nemen. De stelling was simpelweg niet duidelijk genoeg. Dus koos ik voor het veilige halfje, dat het team goed kon gebruiken. Maar ja… achteraf denk je toch: had ik misschien niet beter kunnen doorspelen? Wie weet had er toch nog een winst ingezeten en had het team zijn eerste matchpunt kunnen pakken.

Op bord 2 speelde Armin. Armin schrijft dat hij opende met het damesgambiet, belandde ik snel in het Slavisch, en een nogal passieve stelling. Nadat ik kapitaliseerde op een kleine onnauwkeurigheid van mijn tegenstander had ik een klein positioneel voordeel, dit was belangrijk omdat ik de overwinning over de streep zou trekken als laatst overgebleven speler. Helaas verdedigde mijn tegenstander (die overigens ook in tijdnood was) goed, en kon hij met een paardoffer remise afdwingen. Jammer!

Jhenny speelde op bord drie remise.

Op bord 4 speelde Arent Jan. Hij schrijft dat hij Italiaans opende, maar het ging al vroeg mis en vroeg in de partij verloor ik een paard. Vervolgens stond mijn koning er beroerd voor en liep het helemaal fout. Ik heb het nog geprobeerd, maar ik stond zo slecht dat het eigenlijk kansloos was.

Op bord 5 Wil. Wils tegenstander speelde snel terwijl ik na 20 zetten al 16 minuten op de klok had. Ik probeerde na e4, d6, Pf6 natuurlijk mijn geliefde Pirc probeerde te spelen. Maar nee hij speelde op zet 2 b3. Na Pc3 van wit speelde in gelijk c5 om druk op het centrum te krijgen. Ik had op zet 8 beide lopers gefiancheerd en op zet 20 rokeerde ik. Mijn Fritz 19 gaf bij de analyse een iets betere stand voor zwart . Hij speelde op zet 13 Pc3 naar b5. Dat dreigde iets maar ik kon het binnenkomen van het paard op twee manier voorkomen. Op zet 20 bood hij remise aan. Ik even overleg met Eveline die zei als jij het aandurft gewoon even doorspelen. Ik kon gemakkelijk mijn stelling versterken door verdubbeling van de torens op de inmiddels open e lijn. Toen speelde hij agressief op de damevleugel c4 en b4 waarna ik remise aanbod .maar dat sloeg hij af. Hij zag denk ik een doorbraak van zijn pionnen. Maar dat had ik doorzien . Ik speelde mijn toren naar e1 met schaak daarna was het in drie zetten mat. met Dus gewonnen met nog 30 minuten op de klok.

Op bord 6 speelde Jasper. Jasper schrijft over zijn partij dat hij hier nu niet gaat veinzen dat ik mijn openingen ken, noch de namen, dus ik ga jullie niet beledigen door een totaal verkeerde naam aan een opening te geven. Ik opende met e4, zoals ik altijd open. Vervolgens volgde er een logisch vervolg met Ng3 en Bc4. Alles ging goed, hij sloeg wel eens wat maar ik sloeg dan direct weer terug. Ik was eigenlijk wel tevreden met hoe het ging. Ik stond niet gewonnen maar ik had nog geen dame geblunderd of zoiets, dat veranderde snel toen ik rond zet 30 een verdediger te weinig op mijn paard had staan. Die was dus weg en ik ging van iemand die zich wel staande hield en zelfs plannetjes maakte om aan te vallen naar iemand die continu aan zichzelf twijfelde en telkens in de verdediging was. Dat was het ergste, mentaal brak hij me toen hij mijn paard pakte. Vervolgens was het verdedigen, verdedigen, verdedigen maar hij pakte nog een paard en toen was het acht zetten later klaar op zet 38. Maar ik ben tevreden met hoe lang ik het uithield.

Op bord 7 speelde ik. Ik kwam moeilijk uit de opening; mijn tegenstander ging pionnen drukken op de Koningsvleugel. Ik dacht met gxf5 een pion te winnen, deze bleek vergiftigd te zijn. Ik opende hiermee namelijk zijn Damediagonaal. Hij speelde Da5 en niet snel daarna was het mat.

Op bord 8 speelde Rob. Hij schrijft dat na een rustige opening als wit greep mijn tegenstander mis, waardoor ik een loper kon insluiten en winnen voor een pion. Met deze materiële voorsprong in de rug besloot ik het middenspel doortastend te spelen en ik had op een gegeven moment met drie stukken de zwarte damevleugel binnengedrongen. het kostte zwart nog meer materiaal en in het resterende eindspel kon ik zwart midden op het bord mat zetten.

Trots op wat wij hebben laten zien in een seizoen dat zich kenmerkt door ongelijkwaardige tegenstanders.

Groet,
Eveline

Back to Top